Woordenlijst
Er is/zijn momenteel 29 definities.


Zoek op:  
Zoek op: 
Zoek op letter:
[ A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N ]
[ O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z | Overige ]

10 laatste definitie toegevoegd:

Iedere werknemer tot 65 jaar heeft recht op een minimum inkomen. Voor werknemers van 23 tot 65 jaar geldt het wettelijk   minimumloon. Voor mensen onder de 23 jaar geldt het minimumjeugdloon. Op grond van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen mag geen - direct of indirect - onderscheid worden gemaakt in betaling aan mannen en vrouwen.

zie ook: SZW - Minimumloon



Uw ondernemerschap neemt concrete vormen aan.
U heeft zich goed laten voorlichten over allerlei aspecten van uw plannen.
U heeft besloten welke   rechtsvorm het meest geschikt is voor uw onderneming.
U heeft de financiering geregeld, een ondernemingsplan opgesteld, misschien bedrijfsruimte gezocht.
Waarschijnlijk heeft u ook al een naam bedacht voor uw onderneming. Uw bedrijf kan van start.
U moet in de meeste gevallen uw bedrijf inschrijven bij de Kamer van Koophandel
U moet u ook aanmelden bij de Belastingdienst en, als u personeel in dienst neemt, ook bij UWV.

zie ook: Belastingdienst: aanmelden

Maar u neemt natuurlijk contact op met Adviesbureau De Maat BV. Voor startende ondernemers zijn de eerste 2 uren gratis!



Bij het bepalen van de winst houdt u rekening met de aanschafkosten van de bedrijfsmiddelen: u trekt die kosten af van de opbrengsten. Omdat bedrijfsmiddelen een aantal jaren meegaan, mag u niet alle kosten van de opbrengsten aftrekken in het jaar van aanschaf. In plaats daarvan moet u afschrijven. Dat houdt in dat u de kosten verdeelt over de jaren waarin u het bedrijfsmiddel gebruikt. In elk jaar kunt u dus een deel van de kosten van de opbrengsten aftrekken.

Let op!

Op bedrijfsmiddelen die u minder kosten dan € 450, hoeft u niet af te schrijven. U mag die kosten volledig aftrekken in het jaar van aanschaf.



De investeringsaftrek is een bedrag dat u kunt aftrekken van de winst als u heeft geďnvesteerd in bedrijfsmiddelen. Door de investeringsaftrek wordt uw winst lager en betaalt u dus minder belasting. De kans is groot dat u als startende ondernemer van deze regelingen kunt profiteren.
Zie voor meer informatie:
Belastingdienst: investeren



  Investeringen zijn alle aanschaffingen van goederen die gedurende een langere periode (een aantal jaren) in uw onderneming kunnen worden gebruikt: de zogenoemde bedrijfsmiddelen. Als u gaat investeren, heeft dat meestal 2 belangrijke gevolgen voor de inkomstenbelasting. U moet gaan afschrijven op de aanschafprijs van de investeringen en u kunt   Investeringsaftrek krijgen.

Let op!

Op bedrijfsmiddelen die u minder kosten dan € 450, hoeft u niet af te schrijven. U mag die kosten volledig aftrekken in het jaar van aanschaf. U heeft dan uiteraard ook geen recht op investeringsaftrek.



  Inkomstenbelasting is de belasting op het inkomen welke door een staat wordt geheven van personen die in die staat wonen (rijksinwoners) of in die staat inkomen genieten (niet-inwoners). Als er een bron van inkomsten is, dan is inkomstenbelasting verschuldigd. In Nederland wordt het woord inkomstenbelasting specifiek gebruikt voor de belasting op het inkomen van natuurlijke personen. (Bron: Wikipedia)



De loonheffing is een voorheffing op de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. Degene die loon of een uitkering verstrekt, houdt de loonheffing in, waardoor degene die het loon of de uitkering ontvangt geen of minder inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen hoeft te betalen. Degene die de loonheffing moet inhouden, wordt inhoudingsplichtige genoemd. Degene op wiens loon of uitkering loonheffing wordt ingehouden, wordt werknemer genoemd. De loonheffing is in het algemeen een werknemersschuld. Er zijn echter uitzonderingen, waaronder de eindheffing.



  Loonbelasting is de voorheffing op de   Inkomstenbelasting welke door de verstrekker van loon of uitkering wordt ingehouden op de door de verstrekker betaalde loon of uitkering.   Loonbelasting is onderdeel van de zogenaamde loonheffing.



Als u gehuwd was of samenwoonde, kan het bij sommige gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten lastig zijn te bepalen welk deel u of uw partner moet aangeven. U hoeft dit niet uit te zoeken als u fiscale partners was. U kunt dan met uw fiscale partner afspreken hoe u gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten verdeelt. Voorwaarde is dat u beiden heel 2005 elkaars fiscale partner was.

zie ook: Belastingdienst:   fiscaal partnerschap



Als u goederen inkoopt, kosten maakt voor uw onderneming of investeert, brengen andere ondernemers u meestal   BTW in rekening. Deze   BTW kunt u op uw aangifte voor de omzetbelasting verrekenen met de   BTW die u op uw beurt weer aan uw afnemers in rekening brengt. Omdat u ondernemer bent, kunt u deze   BTW, ook wel voorbelasting genoemd, aftrekken van de   BTW die u verschuldigd bent over uw omzet.

Bij verstrekkingen met een consumptief karakter aan uw personeel of relaties heeft u geen recht op aftrek van voorbelasting, als de verstrekkingen per persoon per jaar meer bedragen dan € 227 (exclusief   BTW).

De voorbelasting kunt u aftrekken op het moment dat u de factuur ontvangt waarop   BTW in rekening wordt gebracht. Als u een factuur niet betaalt, moet u de   BTW die u als voorbelasting heeft afgetrokken, weer aan de Belastingdienst terugbetalen.



Dictionary Version 0.91 by nagl.ch

Module File for xt_conteudo Not Found!

 Powered by XOOPS 2.0 © 2001-2003 The XOOPS Project